Mijn historisch A’dam in Corona-tijd

Precies 100 jaar geleden werd mijn vader hier geboren, net na de Spaanse griep. Zeedijk 143, vroeger 131. En nu is het pand een tijd dicht geweest en net weer voorzichtig geopend: vanwege het Corona-virus.

Ik loop er nooit zomaar aan voorbij, moet altijd even binnen kijken: mijn voorouderlijk huis waar mijn oudste herinnering ligt. Maar toen ik er vrijdag langs liep werd ik opeens helemaal het verleden ingezogen. Want opeens besefte ik dat het precies 100 jaar geleden is dat mijn vader daar geboren werd, op 5 juni 1920. Ik zag me plotseling als 70-jarige zoon van die eerste baby van mijn opa en oma staan, en werd overweldigd door de historie. Twee jaar na de Spaanse griep zag mijn vader het levenslicht en 100 jaar later wordt het pand weer voorzichtig geopend na een lange sluitingstijd vanwege een ander virus, deze keer Corona geheten.

Het sterke gevoel of ik me in een soort parallelle werkelijkheid bevindt, versterkt doordat de stad min of meer uitgestorven is. Ik heb sowieso de laatste tijd het gevoel dat ik in een historische tijd leef en daar een soort afstand tot de dagelijkse realiteit aan ontleen, alsof je als históricus een voorbije periode onderzoekt omdat je er een zeer sterke affiniteit mee hebt. Bijna alsof je er zelf in leeft. En toevalligerwijze doe je dat ook.

Ja ik probeer het gevoel te omschrijven wat ik had en dat ik tijdens de wandeling door de buurt en verder de hele dag niet meer kwijt raakte. Ik had natuurlijk mijn camera bij me en was door dat alles ook gespitst op mijn eigen echte ervaringen uit mijn verleden in de buurt, en heb o.a. foto’s gemaakt van een aantal panden waar ik iets mee had. Wát ik ermee had schrijf ik onder desbetreffende foto’s. Wat de intensiteit van het zien van die locaties heel erg versterkt is dat je niet door mensen afgeleid wordt, want die zijn er in deze Corona-tijd nauwelijks. Je ziet sowieso de stad beter, althans de stenen stad; dat komt natuurlijk ook omdat ik toch altijd meer op mensen gefocust ben.

Mijn eerste herinneringen sinds ik in de Nieuwmarktbuurt woon komen vooral voort uit het vrijwilligerswerk dat ik hier meteen ben gaan doen: maaltijden rondbrengen vanuit Flesseman. En daar vloeide mijn baantje als receptionist aldaar uit voort, waardoor ik ook al zo intens met het buurt-gebeuren in contact kwam. Overigens laat ik ook andere foto’s zien van de stad in deze historische periode. Voor eeuwig zal 2020, tot nu toe samen met 2001, een van de belangrijkste jaren van deze eeuw zijn. Net als ’14-’18, 1918, 1929, ’40-’45 en 1968 in de vorige. En ook een van de indrukwekkendste voor ieder persoonlijk.

Groet

René

In de bocht van de Zeedijk had ik eventueel een kamer kunnen huren, want het pand was van kennissen van mijn vader waar hij vanaf zijn jeugd mee omging: To Brüning getrouwd met Jan Selmeyer. Ik durfde dat toen niet geloof ik. Ik dacht dat het het pand links van het midden was waar nu een deel van het Hofje van Wijs zit.
Mijn vader vertelde vaak dat hij altijd in de Kromme Elleboogsteeg speelde, dat is deze steeg. Ik las bij stegen-kenner Herbert van Hasselt dat die omgedoopt werd tot Elleboogsteeg omdat er nóg een Kromme Elleboogsteeg was, maar in de jaren ’20 werd hij waarschijnlijk in de volksmond nog steeds zo genoemd. Mijn vader vertelde dat hij daar speelde met Gerard Wolff en To Brüning, en die laatste familie had daar pakhuizen. Hij vertelde van een goederenlift waar ze dan stiekem in gingen. En nu ik dit schrijf besef ik dat het waarschijnlijk het pakhuis was dat aan de steeg grenst en dat staat aan de Geldersekade en waar ik laatst binnen was voor de reportage over het nieuwe MAI-hotel dat daarin gevestigd is, op de zesde etage foto’s gemaakt van het uitzicht. Je kon vanuit een glazen overgang tussen dat verbouwde pakhuis en de rest van het hotel van bovenaf in de Elleboogsteeg kijken.

HIER de link naar mijn blog over het MAI-hotel.

Via de majoor zong ze naar mij, al stond ik op de brug bij de Oudezijdskolk want verder was er niemand. Ze zat voor het pand van het Leger des Heils waar nu een ex-collega van Flesseman werkt.
Mijn favoriete plekje in Kam Ying, hoek Warmoesstraat-Nieuwebrugsteeg, ging er vaak eten. Een Corona-verbouwing.
Dwaze Zaken, hoek PH-kade-Nieuwebrugsteeg: aan de muur met de drie planken heb ik met grote foto’s geëxposeerd. Ook hier wordt verbouwd gedurende Corona.
Victoria-hotel hoek Damrak-PH-kade: hier ooit een liedje gezongen voor de radio, in een zaterdagmiddag-programma van Jan (de?) Kok.
Nieuw op het menu: Corona-pannenkoek. Koffie met Coco-coronen.
Een zijsteeg van het Damrak, de Nieuwezijds Armsteeg. Normaal kan je hier over de hoofden lopen.
In dit prachtige groene pand aan het Damrak, hier met de meeste voetgangers die ik tegelijkertijd kon knippen, ben ik eens ooit met mijn ex naar een advocaat geweest om een verblijfsvergunning te regelen, of daar inlichtingen over in te winnen, dat weet ik niet meer. Mijn ex was Amerikaan. Hij is dat tot zijn eigen opluchting niet meer. Van binnen is het werkelijk ook prachtig, helemaal art déco.
Persoonlijk heb ik niks met dit pand maar zo zonder mensen zie je het buiten Corona-tijd nooit. En dan besef weer extra hoe mooi Amsterdam is als je goed kijkt en het goed kan zien.
Dit pand vroeger vaak in plassen gefotografeerd en verkocht, toch wat mensen te zien maar niemand er voor, gebeurt ook nooit.
Hier ben ik een paar keer maaltijden wezen brengen, hoek Beursstraat-Paternostersteeg. Je mocht van desbetreffende dame niet naar binnen. Het was een uitermate vervelende Flessemaal-klant herinner ik me, allang overleden, daarom kan ik er dat wel bij zeggen. Nu ik dit schrijf herinner ik me vaag dat het een Joodse vrouw was, zij zal door de oorlog getraumatiseerd zijn geweest besef ik nu pas.
Dit was altijd het eerste beeld dat ik zag als ik tussen 3 en 5 uur uit een van de twee nachttenten kwam rollen op ongeveer 10 meter en 30 meter afstand van dit punt. Het eerste wat ik altijd deed was op de klok kijken. “O neeeee hè”. In deze Corona-tijd hoef je niet tot 5 uur ‘s-ochtends te wachten voordat je het zo leeg ziet, dat scheelt dan weer. Toevallig weer tien voor vijf 🙂
In het pand met de drie rode tl-buizen ben ik regelmatig maaltijden komen afleveren aan Mien Sligte, oftewel Blonde Mien, de vrouw van haring-Arie. Ik moest dan door de linker deur langs een meestal gekleurde dame een klein steil trappetje op waar Mien me gehuld in peignoir in haar kleine woonkamertje opwachtte. Later kwam ze in de tijdelijke opvang van Flesseman terecht toen ik daar werkte, al heb ik ze daar nooit gezien want ze kwam niet van haar kamer af. Spoedig moest ze naar het Mozaïekhofje want ze was behoorlijk aan het dementeren. De eerste vergadering die ik bijwoonde van d’OudeBinnenstad, waar ik tegenwoordig voor fotografeer, was in het pand ernaast, het pand van WE LIVE HERE!!!
Een leeg Oudekerksplein.
Vanaf de Enge Kerksteeg: NIEMAND TE ZIEN, bijna eng.
Ook hier heb ik vaak maaltijden afgeleverd, aan broer en zus Grossman in de Spooksteeg. Het was toen een rijwielhandel geweest maar allang niet meer als zodanig in gebruik, een totaal rommelige verlaten fietswinkel waar zij boven woonden.
Een van mijn favoriete restaurants in de buurt, Kloveniersburgwal, mis het echt. Een pizzeria van een Poolse mevrouw, het personeel is voor een deel ook Pools. Erg leuke mensen, gekke en leuke bediening. De jongen die ervoor zit is volgens mij degene waar we het best mee konden opschieten, inderdaad een Pool, wonend in Edam.
Ja Tofani: al komen er 100 ijssalons bij, Tofani blijft een soort buurticoon. Ik moet altijd lachen om de fout in het Nederlands. Het personeel spreekt ook praktisch alleen maar Italiaans. Natuurlijk ook gesloten vanwege Corona.