HET VARENDE KASTEEL VAN LENNY VRIES
Afgelopen zondag zag ik een drijvend kasteel met de naam VLOTBURG liggen bij het Azartplein op weg naar mijn tuin. Ook stond er MUSEUMBOOT op, dus dat deed vermoeden dat hij te bezichtigen was. Een bekende van mij, Herman, stelde voor er naar toe te gaan, en zo gebeurde het gisteren dat we kennis konden maken met ridder Lenny Vries en zijn museum. Een waar genoegen.
Al in zijn jeugd in Suriname voelde hij zich ridder, wilde hij opkomen voor de zwakkeren en kon hij goed met paarden overweg, en dat kan je voor iemand uit Suriname wel bizonder noemen. Hij was niet groot en moest opboksen tegen zijn leeftijdgenootjes, maar toen bleek dat hij een wild paard kon temmen keken ze met heel andere ogen naar hem.
In Nederland maakte hij zijn droom waar: een Middeleeuwse kasteelboot, ook om in te wonen. Maar zeker ook om mensen iets van de Middeleeuwen te laten zien. Zijn beeld van de Middeleeuwen is tamelijk idealistisch, iedereen was er met zijn handen bezig en men ruilde zijn product tegen producten van anderen. Zelf maakte hij ook alles op zijn boot, zelfs zijn mes (hij had zichzelf smeden geleerd) en zijn kleren, inclusief zijn leren hoed.
De ridders kwamen op voor de zwakkeren en er was samenwerking in plaats van individualisme. Al sloot hij ook zijn ogen niet voor de negatieve kanten: naast allerlei beroepen die werden uitgebeeld op zijn boot kon je ook de martelwerktuigen en een heksenwaag zien. Gelukkig droegen die geen sporen van intensief gebruik.
Ik ben zelf in het geheel niet dol op de Mideleeuwen, vind het een duistere periode met meer negatieve dan positieve kanten vanuit nu gezien, maar zijn levensfilosofie er achter vond ik fantastisch: hij zei dat iedereen van jongs af aan geleerd werd zich aan te passen en zich daarom niet langs zijn eigen weg kon ontwikkelen: maar dat hij zelf van het begin af aan gewoon gedaan heeft wat hij zelf leuk en zinnig vond, ook al werd hij er om uitgelachen. En daar was ik het hartgrondig mee eens, voelde ook een zekere affiniteit met hem daardoor.
Toen ik hem vroeg of hij in reïncarnatie geloofde bleek dat inderdaad het geval: hij was zeker ridder geweest (en nog). En in welk land? Duitsland, daar voelt hij zich thuis. Zijn tweede vrouw is Duitse, en ze hebben samen een Torture Museum opgezet in Freiburg.
Voor een deel leidde hij ons rond en daarna konden we zelf het museum verder bekijken en bleek hij zich ondertussen voor ons in zijn ridderkostuum gekleed te hebben. En we mochten natuurlijk foto’s van hem maken. Maar aan de artikelen te zien die bij de ingang hingen heeft hij aan aandacht geen gebrek. Zijn kasteel ligt er nog tot 15 januari, als ik het goed heb onthouden, en de toegang is € 5,- en voor kinderen € 4,-.
Groet
René
Ook de poppen in zijn museum heeft hij zelf gemaakt:
Hij vertelde het verhaal van zijn paard Wodan, inmiddels overleden, waarmee hij voor de Koppelpoort in Amersfoort wilde poseren. Dat was nog een heel gedoe, want hij moest een lage tunnel onder het spoor door en Wodan sloeg daarbij uit angst bijna op hol:


















