Collevecchio

Collevecchio vanuit het huis van een zekere Peter waar we olijfolie moesten ophalen. Het huis waar we verbleven is het kleine gele huisje links, op de foto hieronder uitvergroot.

Op de vijfde dag van onze Italië-trip kwamen we aan in Collevecchio, 60 kilometer ten noorden van Rome. We zouden daar in het huisje van een vriend van Jan een paar dagen verblijven maar dat werd een volle week. Het huisje zowel als het dorp als de omgeving waren daar debet aan, het was bijna idyllisch.

Er wonen veel Nederlanders in die omgeving, en geef ze eens ongelijk. En daarvan hebben er velen contact met elkaar. Zo kent John, de eigenaar van het huis, Alie en Anton die een dorpje verderop wonen, en die kent Jan toevallig ook al 30 jaar omdat Alie een oud collega is, terwijl hij John van de flat kent waar ze beiden in Amsterdam wonen. Alie heeft een aantal jaren geleden haar top-baan bij de KLM opgezegd om daar een vervallen boerderij te kopen, die op te knappen en een olijven-bedrijf op te zetten. Ze heeft een olijvenperserij gekocht en stelde hoge kwaliteitseisen aan de olijfboeren die in het begin dachten: moet dat Hollandse wijf ons komen vertellen hoe je olijven moet behandelen? Maar ondertussen heeft ze een topmerk olijfolie gecreëerd, San Mauro, dat door de beste restaurants wordt gebruikt en zijn de boeren erg blij met haar. Jan vertelde dat hij eens op een feest van haar was uitgenodigd waar een aantal van die topkoks ook aanwezig was. Hem werd verzocht die langs allerlei olijfgaarden rond te rijden en hij besefte na een tijdje dat hij met 5 Michelin-sterren in de auto zat!!

Op een zo’n feestje van Alie en Anton heeft trouwens Youp van ’t Hek een keer opgetreden, die had namelijk ook een tijdje een huis in Collevecchio. En Fons Rademakers woonde er ook, we hebben zij graf bezocht op de begraafplaats van het dorp. Zijn vrouw Lilly woont er nog steeds, in de negentig is ze. Nadat we met Alie en Anton ergens in een leuk restaurant gegeten hadden bleek het trouwens zo gezellig dat we nóg twee keer met ze gegeten hebben, oa. in een restaurant waar zij een vaste tafel hebben iedere vrijdag.

Het dorpsleven van Collevecchio speelt zich voor een groot deel af op het pleintje, daar zit het enige café. Wij gingen er elke morgen ontbijten en zagen steeds dezelfde mensen. Op een gegeven ogenblik werden wij ook begroet, en Jan wisselde af en toe een paar woorden met de aanwezige dorpsbewoners. Als er geen plaats was pakte je gewoon een plastic tafeltje en twee stoeltjes en zette die ergens op het pleintje neer waar je graag wou zitten. Ik vond het oergezellig.

De aardbeving van een paar jaar geleden heeft trouwens daar wel zijn sporen nagelaten. Aan het pleintje staat een groot gebouw dat helemaal verstevigd is met ijzeren balken. John mocht een jaar zijn huis niet in omdat de kerk ernaast op instorten stond, maar die is ondertussen gerestaureerd. De hoofdkerk in het dorp is om die reden nog steeds gesloten, dus de missen worden bij de buren naast John gehouden. Daar heb ik ook nog een soort Fellini-film scenario meegemaakt, dat staat onder de laatste foto.

groet

rené

Het gele huisje dus, rechts beneden het bijbehorende zwembad waar we elke dag wel een paar uur verbleven.
Het huis links van het middelste huis is het huis van waaruit de bovenste foto’s gemaakt zijn.
Dit is een deel van ons uitzicht. Het huis dat je ziet zou van een voetballer van Lazio Roma geweest zijn, of is dat nog.
Begin van het dorp, een soort toegangspoort.
De hoofdstraat. De jongen staat aan de andere kant van het pleintje waar we steeds zaten.
Het pleintje
Idem in de avond, foto gemaakt door de serveerster.
Rechts zaten wij ongeveer op de vorige foto.
Het huis aan het plein dat vanwege de aardbeving gestut moest worden.
Een ander huis dat versterkt moest worden.
Parallel aan de hoofdstraat.
De hoofdstraat.
Einde van het dorp.
De ringweg.
Graf van Fons Rademakers. Jan vond het niks maar ik vond het wel wat hebben.
“Ons” huis aan de “rondweg”. Daar achter zie je het tweede kerkje van het dorp. Er werd een keer een mis opgedragen op een doordeweekse dag, de kerkdeuren stonden open en er waren een stuk of vier kerkgangers. Maar de priester werd elektronisch versterkt en ook het zingen van de vier kerkgangers werd versterkt, het was een enorme herrie. Kennelijk vond een dorpsgenoot dat ook want die draaide de volumeknop van zijn geluidsinstallatie op maximaal. Katholieke kerkklanken tegelijk met Heavy Metal, het was een ware kakofonie, je waande je in een Fellini-film.